Oude kaas (Weidezuivel - 100% weidemelk)

Kaas wordt in Nederland meestal gemaakt van koemelk, waarbij de vuistregel is: 10 liter melk levert 1 kilo kaas op.

De kaasmaker voegt aan de melk onder meer stremsel toe om er kaas van te maken. Gangbaar is om hiervoor stremsel uit de lebmaag van kalveren te gebruiken, maar steeds vaker wordt vegetarisch stremsel toegevoegd - dat staat dan op de verpakking.

De kaas gaat uiteindelijk een pekelbad in om hem zouter te maken en de bewaartijd te vergroten. Veel kazen worden daarna geplastificeerd.

Hoe langer een kaas rijpt, hoe meer aroma’s worden ontwikkeld en hoe steviger, zouter en smaakvoller de kaas is. De rijpingstijd van jonge kaas is bijvoorbeeld 4 à 5 weken. Bij erg oude kaas kan dit wel een jaar zijn.

Dierenwelzijn

Let goed op de leefomstandigheden van de dieren bij het kopen van dierlijke producten.

Questionmark beoordeelt het dierenwelzijn van dieren volgens een methode waarin alle dierhouderijsystemen met elkaar worden vergeleken. Alle delen van de keten waar het dierenwelzijn in het geding kan zijn, komen aan bod. Ze zijn ingedeeld in zes thema's: lichamelijke impact, huisvesting, voeding, transport (naar slachthuis), slacht en leefomstandigheden van het moederdier. Wanneer soort-specifieke problemen een rol spelen in het dierenwelzijn, zoals bloedarmoede bij kalveren, dan nemen we dit als extra thema op in ons onderzoek.

Als je meer wilt lezen over onze methode, kijk dan op onze website.

Milieu

Voor de productie van oude kaas is meer melk nodig dan voor jonge kaas, daardoor is de milieu-impact groter.

Wat het effect is van de productie van kaas op het milieu, hangt samen met de milieu-impact van koeienmelk. Die melk is immers de basis voor kaas. Hoe meer melk nodig is voor de productie van kaas, hoe hoger de milieu-impact.

Voor de productie van 1 kilo oude kaas is meer melk nodig dan voor 1 kilo jonge of belegen kaas. Hoe ouder een kaas, hoe minder water en hoe meer 'melkbestanddelen' erin zitten. Kaas verliest namelijk tijdens het rijpen wat vocht. Melkbestanddelen zijn bijvoorbeeld melkvet, melkeiwit, wei, weipoeder of melkpoeder.

De belangrijkste milieuproblemen waaraan een melkkoe bijdraagt, zijn de uitstoot van het broeikasgas methaan (uit mest en darmgassen) en van ammoniak (uit koeienpoep en mest voor de teelt van koeienvoer). Koeien eten ook krachtvoer met soja waarvoor tropisch regenwoud is gekapt - ook die kap draagt bij aan het verlies van natuur en veroorzaakt CO2-uitstoot.

Hé! Wat is 'duurzaam' voor jou?
Wil je ons helpen?