4.1 Mensenrechten

Bij de beschrijving van dit gedeelte van onze methode volgen we zoveel mogelijk de opzet en terminologie van het Handbook for Product Social Impact Assessment.

4.1.1 Doel en reikwijdte

4.1.1.1 Doel

Het doel van de beoordeling op het thema mensenrechten is beschreven in hoofdstuk 1 op deze website: we willen alle informatie over (schending van) mensenrechten in de productieketen beschikbaar maken voor de consument. De grenzen van de te beoordelen productgroepen zijn beschreven in paragraaf 2.1.

4.1.1.2 Bereik

Het geografisch bereik van de te onderzoeken keten volgt uit paragraaf 3.1. De te onderzoeken groepen belanghebbenden omvatten zowel de werknemers in de keten als lokale gemeenschappen, maar niet de gebruikers van het eindproduct.
De subthema’s die we onderzoeken, selecteren we op basis van relevantie uit een lijst van negentien mensenrechtenthema’s waarvan er minimaal vijf als vaste subthema’s in het onderzoek worden betrokken.

Vaste subthema’s

  • Recht op vereniging en collectief onderhandelen
  • Uitbanning van kinderarbeid
  • Uitbanning van gedwongen arbeid
  • Vrijheid van discriminatie op de werkvloer
  • Recht op een leefbaar loon

Subthema’s afhankelijk van productgroep

  • Recht op een veilige en gezonde werkomgeving
  • Recht op redelijke werktijden
  • Recht op gelijkwaardige behandeling van migranten
  • Recht op sociale zekerheid
  • Recht op toegang tot water
  • Recht op toegang tot land
  • Recht op leven
  • Rechten voor inheemse bevolking
  • Recht op voedsel
  • Rechten voor kinderen
  • Recht op toegang tot informatie
  • Recht op toegang tot recht
  • Recht op ontwikkeling
  • Vrijheid van corruptie en omkoping

De eerste vier subthema’s komen voort uit de Core Labour Standards zoals die zijn vastgesteld door de International Labour Organization (ILO). In overleg met experts van vakorganisaties hebben we deze vier subthema’s samen met het recht op leefbaar loon opgenomen in de lijst van vijf vaste thema’s, wat wil zeggen dat we deze subthema’s voor elke productgroep onderzoeken.
Uit de veertien overige subthema’s selecteren we de meest relevante per productgroep. We doen dat door te inventariseren welke problematiek de grootste rol speelt in de wetenschappelijke literatuur naar de mensenrechtensituatie in de sectoren die bij de productgroep horen. Voor deze inventarisatie putten we uit de volgende bronnen, in volgorde van voorkeur:

  1. Social Hotspot Database
  2. International Labour Organization
  3. Wetenschappelijke studies, collegiaal getoetst
  4. Nederlandse en lokale vakbonden en NGO’s
  5. Dagbladen in de onderzochte regio’s

De geselecteerde subthema’s leggen we in fase I van het expertoverleg (zie paragraaf 3.2) voor aan experts van verschillende organisaties, waaronder in elk geval de vakbonden CNV en FNV. Per productgroep benaderen we andere organisaties met specifieke expertise. Aan de hand van het commentaar van deze experts bepalen we definitief welke subthema’s we onderzoeken voor de productgroep, naast de vijf vaste subthema’s.

4.1.2 Indicatie van risico’s

Het is meestal niet mogelijk om inzicht te krijgen in de werkelijke mensenrechtensituatie bij de productie van een individueel product. Daarvoor zou het nodig zijn de herkomst van individuele ingrediënten precies te bepalen, wat gegeven de omvang, complexiteit en dynamiek van de voedselindustrie in praktijk meestal niet kan. Wat we wel kunnen onderzoeken is het risico op schending van mensenrechten in een productieketen, en de effectiviteit van de maatregelen die dat risico moeten verminderen. Onze beoordeling van mensenrechten is daarmee een indicatie van de werkelijke invloed van de aanschaf van een individueel product op de mensenrechtensituatie.
Dit risico schatten we in door te kijken naar een aantal indicatoren per subthema. Uitgangspunt voor het bepalen en invullen van de indicatoren is de Social Hotspot Database (SHDB). Deze databank bevat een overzicht van duizenden indicatoren voor mensenrechtenthema’s, voor 57 economische sectoren in meer dan 100 landen. Als een ingrediënt uit meerdere landen wordt gehaald, houden we daar percentagegewijs rekening mee bij het berekenen van de risico’s.

WageIndicator Foundation

De risico’s voor het thema leefbaar loon zijn voor een groot deel gebaseerd op gegevens van de WageIndicator Foundation, die deze hiervoor speciaal beschikbaar heeft gesteld.

4.1.2.1 Controle in literatuur

De op deze manier verkregen scores onderwerpen we aan een extra literatuuronderzoek. Op deelgebieden zijn er bronnen die meer accurate informatie bieden dan de SHDB; recenter, betrouwbaarder of gedetailleerder. Dit is met name het geval voor het subthema vakbondsvrijheid, waar we als bron de International Trade Union Confederation (ITUC) gebruiken. Voor alle producten die voor een bepaald thema een hoog tot zeer risico scoren gaan we bovendien na of overheden, maatschappelijke organisaties en media in de afgelopen vijf jaar bericht hebben over arbeidsomstandigheden of andere mensenrechtenproblematiek waarvan de SHDB het risico hoog inschat. Waar dit het geval is, handhaven we de inschatting van de SHDB, waar nodig passen we inschattingen aan.

4.1.2.2 Maatregelen

We passen de risicoinschatting per ingrediënt aan als de (toeleverancier van de) merkeigenaar effectieve maatregelen heeft genomen om het risico op mensenrechtenschending te verminderen. Dat kan op twee manieren: door te werken volgens de standaarden van een keurmerk, of door eigen maatregelen te nemen.

Keurmerken
De weging van de waarde van een keurmerk vindt plaats in twee stappen. Als voorbeeld nemen we kinderarbeid.

In de eerste stap beoordelen we de doelgerichtheid van het keurmerk. Per subthema bekijken we wat het keurmerk van producenten vereist en in hoeverre het beoogde resultaat overeenkomt met internationale standaarden op het gebied van mensenrechten. Als het keurmerk bijvoorbeeld vereist dat aangesloten bedrijven een duidelijk beleid hebben voor het voorkómen van kinderarbeid, dan scoort het keurmerk op die indicator positief. In het voorbeeld van kinderarbeid zijn er zes indicatoren aan de hand waarvan we bepalen of de eisen van een keurmerk doelgericht zijn. De lijst indicatoren die we hiervoor hanteren is gebaseerd op

  • Human Rights Compliance Assessment (HRCA) Quick Check
  • ISO26000
  • OECD richtlijnen
  • ILO Tripartite Declaration for multinationals

Als de vragenlijst geheel is ingevuld, kunnen we een percentage berekenen, dat de doelgerichtheid van de eisen uitdrukt.

In de tweede stap beoordelen we de doelmatigheid van het keurmerk, waarbij het gaat om de vraag hoe de gecertificeerde producenten gecontroleerd worden op de eisen van het keurmerk. In het voorbeeld van kinderarbeid gaat het er om dat er niet alleen een bedrijfsbeleid ís over kinderarbeid, maar dat het beleid ook wordt uitgevoerd.
Als uitgangspunt nemen we de richtlijnen van International Social and Environmental Accreditation and Labeling (ISEAL). Ieder keurmerk krijgt een tweede percentage toegewezen dat de doelmatigheid van het keurmerk uitdrukt.

Bedrijfsspecifieke maatregelen
Bedrijfsspecifieke maatregelen behandelen we op vergelijkbare manier als de eisen uit een keurmerk. We beoordelen de doelgerichtheid en de doelmatigheid van de maatregel op een specifiek subthema. Omdat bedrijfsspecifieke maatregelen minder volgens gestandaardiseerde methoden zijn vastgelegd, beoordelen we per geval de mate waarin de maatregelen aansluiten bij internationale standaarden. Resultaat van de beoordeling bestaat ook hier uit twee percentages, die de doelgerichtheid en de doelmatigheid van de maatregelen uitdrukken.

4.1.2.1 Allocatie

We nemen aan dat de fasen van verwerking en transport in principe de totale beoordeling op mensenrechten niet zullen beïnvloeden en onderzoeken deze fasen dus alleen als daar aanleiding voor is.

4.1.3 Bepalen risico’s

We kiezen voor een beoordeling gebaseerd op een schaal, niet op absolute waarden. Uitgangspunt daarbij is de schaal die de SHDB hanteert voor risico-inschatting per land en per indicator. Dat risico wordt weergegeven op een schaal van 0 tot en met 4:

0 Zeer laag risico
1 Laag risico
2 Matig risico
3 Hoog risico
4 Zeer hoog risico

4.1.4 Berekening

1. Vermindering van het risico per subthema
SubThemeRiskX = (100% – (DoelmatigX x DoelgerichtX)) x RiskX
DoelmatigX = doelmatigheid van maatregel / keurmerk op subthema X in %
Doelgericht= doelgerichtheid van maatregel / keurmerk op subthema X in %
Risk= risicocijfer op subthema X vóór het meerekenen keurmerk of maatregelen

2. Risico-cijfer subthema ⇢ Score Subthema
Deze risico-inschatting zetten we vervolgens om in een risico-score op schaal van 1 tot 10.
SubThemeScore = (SubThemeRisk x 2,25) + 1
Waarin:
SubThemeRisk: Risico subthema inclusief maatregelen

3. Score subthema ⇢ Score Ingrediënt
De al dan niet gereduceerde risico’s van de subthema’s worden ongewogen gemiddeld tot één risico-cijfer.
Scoreing = (SubThemeScore1 + … + SubThemeScore10) /
[aantal subthema’s]

SubThemeScoren = de eventueel verminderde risico-inschatting op subthema n

4. Belonen van Positieve Verandering
De ingrediënten hebben nu een risico-cijfer op schaal van 0 tot 4. Na deze eerste stap in de berekening voeren we een weging uit die het voeren van een keurmerk extra waarde geeft (‘positieve verandering’). Doel hiervan is om het oplossen van problemen sterker te stimuleren dan het ontlopen van problemen.
Een voorbeeld is suiker. Een producent die rietsuiker gebruikt neemt daarmee een risico op slechte arbeidsomstandigheden in bijvoorbeeld Brazilie. De producent kan er daarom voor kiezen over te stappen op bietsuiker (bijvoorbeeld uit Nederland) en zo het risico te ontlopen. Daarmee verandert er echter nog niets aan de problemen in de rietsuikerindustrie. Als deze producent daarentegen overstapt op gecertificeerde rietsuiker, zet hij zich in voor verbetering in die sector. In absolute zin zijn de omstandigheden van gecertificeerde rietsuiker nog niet zo goed als de omstandigheden in Nederland, maar de inzet voor verandering heeft ook een waarde op zich.
Een gecertificeerd product krijgt daarom een bonus. Deze bonus is gebaseerd op de verbetering die het keurmerk teweeg brengt in de specifieke productieketen. Hiermee geven we erkenning aan keurmerken die verbetering proberen te brengen in risicovolle gebieden of sectoren.

Scoreing = ((((Scoreing – Scoreref) / 2) + 5,5 ) + Scoreing) /2

Waarin:
Scoreing = Score van het gecertificeerde ingrediënt
Scoreref = Risico van het referentie-ingrediënt, zonder keurmerk

5. Risico-cijfer Ingrediënten -> Score Mensenrechten
Voor ingrediënten die minder dan 0,5% uitmaken van het eindproduct berekenen we geen risico-cijfer voor Mensenrechten. Bij het berekenen van het risico-cijfer voor het product als geheel wordt hiervoor gecorrigeerd in stap 5.
ScoreMR = ((RiskIng1 x Gew1) + … + (RiskIngn x Gewn)) / RiskIngredients

RiskIngx = risico-cijfer van ingrediënt x
Gewx = bijdrage van ingrediënt x aan het gewicht van product
RiskIngredients = totale percentage van ingrediënten van een product die een risico-cijfer hebben.

← Vorige pagina Volgende pagina →

Hé! Wat is 'duurzaam' voor jou?
Wil je ons helpen?