Milieu

Melkbestanddelen

De mest van koeien en de soja in het koeienvoer veroorzaken belangrijke milieuproblemen bij de productie van melk.

Die milieulast komt vooral door het grote landgebruik voor de productie van veevoer en vermesting en verzuring van de bodem door mest. Het broeikasgas methaan dat vrijkomt uit mest en uit de darmgassen van een melkkoe, veroorzaakt klimaatverandering. Ook ammoniak en zware metalen uit mest zijn een groot milieuprobleem in de veehouderij.

Een andere milieulast is de productie van koeienvoer. Daarbij worden pesticiden ingezet, wordt veel land gebruikt en wordt - omdat een koe vaak ook soja eet - tropisch regenwoud gekapt (voor de aanleg van sojaplantages) in Zuid-Amerika.

De score op het gebied van milieu verschilt per melksoort. Volle melk bevat namelijk meer ‘melkbestanddelen’ dan halfvolle en magere melk. Magere melk maakt men juist door vette melkbestanddelen (room) uit de melk te halen. Dus: hoe voller de melk, hoe slechter de milieuscore.

Rietsuiker

Voor de aanplant van suikerriet verdwijnt in Brazilië waardevol natuurgebied, zowel tropisch regenwoud als savannes.

Veel suikerrietplantages zijn aangelegd op de Braziliaanse Cerradosavannes. De grootschalige monocultuur gaat ten koste van de rijkdom aan planten- en diersoorten. Bovendien is de Cerrado cruciaal voor de waterhuishouding in Zuid-Amerika.

Door de sterk gestegen vraag naar biobrandstoffen – onder meer door de verplichte bijmengingsnormen in de EU – is het areaal suikerrietplantages flink toegenomen. En daarmee ook de kap van tropische regenwouden en de Braziliaanse savannes. Dit gaat niet alleen ten koste van de natuur, maar bij de kap van tropisch regenwoud komen ook grote hoeveelheden CO2 vrij die zijn opgeslagen in de eeuwenoude bossen.

Maar de diesel in landbouwmachines en kunstmest op de plantages veroorzaken per kilo rietsuiker de meeste CO2-uitstoot. Bovendien worden suikerrietplantages vaak vlak voor de oogst verbrand, om de oogst te versnellen. Vanwege de schadelijke milieueffecten van deze branden is deze praktijk in Brazilië vanaf 2014 verboden, maar of dit verbod ook gehandhaafd wordt is onduidelijk.

Plantaardige olie

De milieuimpact van plantaardige oliën is afhankelijk van het type olie dat wordt gebruikt.

Er zitten grote verschillen in milieu-impact wanneer je verschillende soorten plantaardige oliën vergelijkt. De milieu-impact heeft bijvoorbeeld te maken met de efficiëntie in productie (het aantal kilogram per hectare), maar ook waar het vandaan komt. In de voedingsmiddelenindustrie weten de bedrijven zelf vaak niet waar de olie exact vandaan komt.

Voor dit ingrediënt hebben we het gemiddelde van allerlei verschillende plantaardige oliën genomen om een milieuscore te berekenen. Hieronder vallen bijvoorbeeld sojaolie & palmolie, die een hele slechte milieuscore hebben doordat er een grote kans is dat er in het verleden tropische bossen zijn gekapt om ruimte te maken voor de landbouwgronden. Andere oliën zoals bijvoorbeeld zonnebloemolie scoren weer beter op het vlak van milieu, doordat het risico dat er (tropische) bossen zijn gekapt heel laag is.

Hazelnoten

De hele vrucht van hazelnoten wordt gebruikt: de schil dient als biomassa om energie mee op te wekken.

Eén hazelaar produceert relatief weinig hazelnoten. Daarom zet een hazelnotenboer zoveel mogelijk bomen op zijn plantage. Hazelnootplantages nemen dan ook veel landbouwgrond in beslag. Dit is meteen het belangrijkste milieueffect van de hazelnootproductie. Voordeel van de hazelnoot is dat de hele vrucht gebruikt kan worden: ook de schil, die dient als biomassa voor de opwekking van energie.

Bij de teelt van hazelnoten gebruiken boeren kunstmest en water voor irrigatie. Dat laatste leidt lokaal soms tot watertekorten. De kunstmest draagt bij aan klimaatverandering: bij de productie, het transport en het gebruik komen broeikasgassen (CO2 en lachgas) vrij. Kunstmest tast de vruchtbaarheid van de bodem aan en kan het grondwater vervuilen.

Volle melk (Poeder)

De mest van koeien en de soja in het koeienvoer veroorzaken belangrijke milieuproblemen bij de productie van melk.

Die milieulast komt vooral door het grote landgebruik voor de productie van veevoer en vermesting en verzuring van de bodem door mest. Het broeikasgas methaan dat vrijkomt uit mest en uit de darmgassen van een melkkoe, veroorzaakt klimaatverandering. Ook ammoniak en zware metalen uit mest zijn een groot milieuprobleem in de veehouderij.

Een andere milieulast is de productie van koeienvoer. Daarbij worden pesticiden ingezet, wordt veel land gebruikt en wordt - omdat een koe vaak ook soja eet - tropisch regenwoud gekapt (voor de aanleg van sojaplantages) in Zuid-Amerika.

De score op het gebied van milieu verschilt per melksoort. Volle melk bevat namelijk meer ‘melkbestanddelen’ dan halfvolle en magere melk. Magere melk maakt men juist door vette melkbestanddelen (room) uit de melk te halen. Dus: hoe voller de melk, hoe slechter de milieuscore.

Magere melk (Poeder)

De mest van koeien en de soja in het koeienvoer veroorzaken belangrijke milieuproblemen bij de productie van melk.

Die milieulast komt vooral door het grote landgebruik voor de productie van veevoer en vermesting en verzuring van de bodem door mest. Het broeikasgas methaan dat vrijkomt uit mest en uit de darmgassen van een melkkoe, veroorzaakt klimaatverandering. Ook ammoniak en zware metalen uit mest zijn een groot milieuprobleem in de veehouderij.

Een andere milieulast is de productie van koeienvoer. Daarbij worden pesticiden ingezet, wordt veel land gebruikt en wordt - omdat een koe vaak ook soja eet - tropisch regenwoud gekapt (voor de aanleg van sojaplantages) in Zuid-Amerika.

De score op het gebied van milieu verschilt per melksoort. Volle melk bevat namelijk meer ‘melkbestanddelen’ dan halfvolle en magere melk. Magere melk maakt men juist door vette melkbestanddelen (room) uit de melk te halen. Dus: hoe voller de melk, hoe slechter de milieuscore.

Cacaomassa

Cacao wordt vaak geteelt op land waar voorheen vaak regenwoud was.

In tropische gebieden vindt transformatie van waardevolle natuurlijk naar landbouwgebieden op zeer grote schaal plaats. Het kappen van tropisch regenwoud gaat ten koste van de natuur en van het leefgebied van bedreigde diersoorten. Ontbossing is tevens een belangrijke bron van CO2-uitstoot, en daarmee verantwoordelijk voor opwarming van het klimaat.

Boskap is de belangrijkste milieu-impact van de reguliere cacaoteelt. Kleine boeren hebben eenvoudig niet het geld om dure kunstmest en bestrijdingsmiddelen te kopen. Schadelijke stoffen zijn dan ook veel minder een milieuprobleem bij de cacaoteelt.

Hé! Wat is 'duurzaam' voor jou?
Wil je ons helpen?