Milieu

Tomaat

Verse tomaten worden meestal in kassen of plastic tunnels gekweekt.

Tomaten die in Nederland verkrijgbaar zijn komen met name uit Nederland, België, Frankrijk en Spanje. In de zomer zijn er veel tomaten van Nederlandse bodem verkrijgbaar, maar er worden ook nog veel tomaten geïmporteerd, vooral uit Spanje.

De Nederlandse tomaten, die in kassen worden gekweekt, hebben meestal een hogere impact op het milieu dan tomaten uit warmere omliggende landen, door verwarming van de kassen. De opbrengst per hectare is in de kassen echter wel hoog (meer dan 60 kg per vierkante meter). Kleine cherry tomaten scoren wat slechter dan gewone, tros- of vleestomaten doordat er meer gas wordt gebruikt bij de productie van deze tomaat.

In warmere klimaten zoals in Spanje gebruikt men in plaats van een kas vaak een folietent of plastic tunnel die niet wordt verwarmd. Doordat de opbrengst per hectare lager uitvalt dan bij productie in een kas, is de milieu-impact van kastomaten uit Nederland en die van tomaten uit een Spaanse tunnel van plastic vergelijkbaar.

Verder bestaat de milieubelasting uit het vervoer per vrachtwagen. Vanzelfsprekend hebben tomaten die van ver komen, zoals uit Spanje een hogere transportimpact dan de Hollandse, maar de totaalscore valt vaak toch beter uit door het verschil tussen de kas en tunnel.

Melkkoe (Nederland)

Een melkkoe produceert tienduizenden liters melk; haar vlees belast het milieu veel minder dan een vleesrund. Een melkkoe heeft per kilo product veel minder negatieve effecten op het milieu dan een vleesrund.

De milieubelasting van melkkoeien wordt - anders dan bij vleesrunderen - verdeeld over de vele liters melk die de koe in haar leven heeft geproduceerd, plus het vlees aan het eind van haar leven. Vlees van een melkkoe is daarom veel minder belastend voor het milieu dan vlees van speciale vleesrunderen. In totaal komt bijna 95% van de milieu-impact van een melkkoe voor rekening van haar melk.

Een melkkoe produceert in haar leven tienduizenden liters melk. Haar milieu-impact verdelen we over al die melk en het vlees dat ze aan het eind van haar leven oplevert.

Hoe zit dat? Voor 1 kilo melkkoevlees is een flinke hoeveelheid voer nodig. Dat eet de koe op en daarvoor krijgt de boer heel veel melk, plus wat vlees, terug. De milieugevolgen van de teelt van dat voer (onder meer soja waarvoor regenwoud is gekapt) wordt daarom verdeeld over al die liters melk en dat beetje vlees. Hetzelfde geldt voor de uitstoot van het sterke broeikasgas methaan en schadelijke stoffen als ammoniak. Als je dat allemaal bij elkaar optelt en je verdeelt het over de vele liters melk en de 300 kilo koeienvlees, is de milieu-impact van 1 kilo melkkoe gering.

Vleesrunderen zijn verantwoordelijk voor een grote hoeveelheid broeikasgassen, zowel CO2 als methaan. Melkkoeien stoten per kilo vlees veel minder broeikasgas uit. Zij produceren vooral melk en de totale uitstoot wordt dus verdeeld over al die liters melk, plus het vlees aan het eind van hun leven. Dit is veel minder belastend voor het milieu dan vlees van speciale vleesrunderen.

Zuid-Amerikaanse vleesrunderen scoren van al het rundvlees het slechtst. Zij gebruiken namelijk veel grond door de weiden waarin ze lopen. Maar ook indirect legt de productie van rundvlees een groot beslag op (landbouw)grond, voor de productie van hun voedsel. Voor elke kilo vlees die een rund oplevert, eet het dier 9 kilo voer, meer dan alle andere diersoorten. Een deel van dat krachtvoer bestaat uit soja van Zuid-Amerikaanse plantages, waarvoor tropische regenwouden zijn gekapt.

Hé! Wat is 'duurzaam' voor jou?
Wil je ons helpen?