Mensenrechten

Tomaat

In de Nederlandse kassen staan, met name voor migranten, arbeidsomstandigheden onder druk.

Een groot deel van de tomaten uit de Nederlandse schappen worden in eigen land geteeld. Over het algemeen is het zo dat hoe meer werk het is om groente of fruit te telen, hoe groter het risico is op slechte arbeidsomstandigheden. Indien arbeid een grote kostenpost is, neemt namelijk ook de druk toe om daarop te bezuinigen. Dit is ook het geval in de Nederlandse glas- en tuinbouw. Je ziet het terug in de score.

Vergeleken met grote delen van de wereld zijn de omstandigheden voor de werknemers in de landbouwsector goed geregeld in Nederland. Voor arbeiders in de teelt geldt een CAO die over het algemeen zorgt voor een hoger loon en betere arbeidsomstandigheden dan het wettelijke minimum. Wel is er een groter dan gemiddeld risico op slechte arbeidsomstandigheden. Vaak hebben migranten- en seizoensarbeiders lange werkdagen, is het werk fysiek zwaar, en zijn de lonen relatief laag. Doordat veel werknemers een tijdelijk contract hebben, soms via malafide uitzendbureaus, zijn ze niet zeker van hun baan en verblijf. Het feit dat deze arbeiders vaak maar tijdelijk in Nederland verblijven, maakt het voor vakbonden moeilijk om voor hun rechten op te komen.

Buiten de zomermaanden om worden tomaten veel uit Spanje geïmporteerd. Hier zijn de arbeidsomstandigheden voor migranten nog zwaarder dan in Nederland. De vele Afrikaanse migranten worden vaak onderbetaald, en maken lange dagen in de volle zon of in een warme kas. Hierbij lopen ze het risico op uitdroging en andere gezondheidsproblemen. Ze hebben veelal geen baanzekerheid en moeten maar afwachten of zij aan het werk kunnen blijven. De migranten kunnen vaak geen beroep doen op hun arbeidsrechten omdat zij makkelijk worden vervangen. Van hun doel om geld te sparen en terug te sturen naar eigen land komt zo weinig terecht. Bovendien lopen illegale arbeiders dan het risico aangegeven te worden.

Melkkoe (Nederland)

Questionmark onderzoekt de mensenrechtensituatie bij de veevoerproductie, veehouderijen, slachterijen en de vleesverwerking.

Hierbij wordt onder andere gekeken naar onteigenen van land, de behandeling van werknemers (met betrekking tot leefbaar inkomen, vakbondsvrijheid, lange werkdagen) en het risico op kinderarbeid. Bij de productie van vlees afkomstig uit West-Europa, is het voornaamste risico een slechte behandeling van werknemers in de slacht en vleesverwerking. Ook al is de Nederlandse wetgeving meestal in orde, de tijdelijke contracten en het optreden van sommige uitzendbureaus in de branche maken de positie van (veelal buitenlandse) werknemers kwetsbaar. Ze vrezen soms zelfs voor hun baan en inkomsten als ze opkomen voor hun belangen. Er is inmiddels een keurmerk genaamd ‘Stichting Normering Arbeid’ voor uitzendbureau’s die aantoonbaar volgens de regels werken, maar er staat niet op de verpakking of producenten hiermee werken.

Bij vlees uit Zuid-Amerika is vaker sprake van ernstige mensenrechtenschendingen in dan vlees bij uit West-Europa. Geweld richting de inheemse bevolking en kleine boeren, om uitbreiding van grond voor veeteelt te realiseren, is aan de orde van de dag. Kinder- en gedwongen arbeid komt hier nog voor.

Tot slot kleven aan het veevoer ook soms negatieve sociale aspecten. Vooral als deze rietsuiker, soja en palm olie bevatten. Deze ingrediënten komen vaak uit landen waar land is onteigend of waar werknemers slecht worden behandeld.

Hé! Wat is 'duurzaam' voor jou?
Wil je ons helpen?