Tomaat

Milieu

Verse tomaten worden meestal in kassen of plastic tunnels gekweekt.

Tomaten die in Nederland verkrijgbaar zijn komen met name uit Nederland, België, Frankrijk en Spanje. In de zomer zijn er veel tomaten van Nederlandse bodem verkrijgbaar, maar er worden ook nog veel tomaten geïmporteerd, vooral uit Spanje.

De Nederlandse tomaten, die in kassen worden gekweekt, hebben meestal een hogere impact op het milieu dan tomaten uit warmere omliggende landen, door verwarming van de kassen. De opbrengst per hectare is in de kassen echter wel hoog (meer dan 60 kg per vierkante meter). Kleine cherry tomaten scoren wat slechter dan gewone, tros- of vleestomaten doordat er meer gas wordt gebruikt bij de productie van deze tomaat.

In warmere klimaten zoals in Spanje gebruikt men in plaats van een kas vaak een folietent of plastic tunnel die niet wordt verwarmd. Doordat de opbrengst per hectare lager uitvalt dan bij productie in een kas, is de milieu-impact van kastomaten uit Nederland en die van tomaten uit een Spaanse tunnel van plastic vergelijkbaar.

Verder bestaat de milieubelasting uit het vervoer per vrachtwagen. Vanzelfsprekend hebben tomaten die van ver komen, zoals uit Spanje een hogere transportimpact dan de Hollandse, maar de totaalscore valt vaak toch beter uit door het verschil tussen de kas en tunnel.

Mensenrechten

In de Nederlandse kassen staan, met name voor migranten, arbeidsomstandigheden onder druk.

Een groot deel van de tomaten uit de Nederlandse schappen worden in eigen land geteeld. Over het algemeen is het zo dat hoe meer werk het is om groente of fruit te telen, hoe groter het risico is op slechte arbeidsomstandigheden. Indien arbeid een grote kostenpost is, neemt namelijk ook de druk toe om daarop te bezuinigen. Dit is ook het geval in de Nederlandse glas- en tuinbouw. Je ziet het terug in de score.

Vergeleken met grote delen van de wereld zijn de omstandigheden voor de werknemers in de landbouwsector goed geregeld in Nederland. Voor arbeiders in de teelt geldt een CAO die over het algemeen zorgt voor een hoger loon en betere arbeidsomstandigheden dan het wettelijke minimum. Wel is er een groter dan gemiddeld risico op slechte arbeidsomstandigheden. Vaak hebben migranten- en seizoensarbeiders lange werkdagen, is het werk fysiek zwaar, en zijn de lonen relatief laag. Doordat veel werknemers een tijdelijk contract hebben, soms via malafide uitzendbureaus, zijn ze niet zeker van hun baan en verblijf. Het feit dat deze arbeiders vaak maar tijdelijk in Nederland verblijven, maakt het voor vakbonden moeilijk om voor hun rechten op te komen.

Buiten de zomermaanden om worden tomaten veel uit Spanje geïmporteerd. Hier zijn de arbeidsomstandigheden voor migranten nog zwaarder dan in Nederland. De vele Afrikaanse migranten worden vaak onderbetaald, en maken lange dagen in de volle zon of in een warme kas. Hierbij lopen ze het risico op uitdroging en andere gezondheidsproblemen. Ze hebben veelal geen baanzekerheid en moeten maar afwachten of zij aan het werk kunnen blijven. De migranten kunnen vaak geen beroep doen op hun arbeidsrechten omdat zij makkelijk worden vervangen. Van hun doel om geld te sparen en terug te sturen naar eigen land komt zo weinig terecht. Bovendien lopen illegale arbeiders dan het risico aangegeven te worden.