Ei (Vrije uitloop, Granen)

In Nederland worden zo'n 45 miljoen legkippen gehouden die allemaal gemiddeld 1 ei per dag leggen.

Voor de productie van eieren worden speciale legkippen gefokt. Zij leven in opfokbedrijven tot ze 16-20 weken zijn, daarna gaan ze naar een legstal. Legkippen leven gemiddeld 17 maanden, tot ze minder eieren produceren. Dan worden ze geslacht. Kooikippen leggen de meeste eieren, biologische de minste.

Nederlanders eten steeds meer eieren, in 2012 was dat gestegen tot 192 eieren per persoon per jaar. Het grootste deel kopen we in doosjes (vooral scharreleieren), maar ongeveer een kwart wordt verwerkt in voedselproducten. Dat zijn vaak kooieieren of geïmporteerde legbatterijeieren.

Op elk 'vers' ei staat een eicode die aangeeft in welk pluimveesysteem de legkip leeft. • code 3: legbatterij (in de EU verboden) of kooi • code 2: scharrel • code 1: vrije uitloop • code 0: biologisch

Dierenwelzijn

Hoe meer sterren, hoe strenger de eisen op gebied van dierenwelzijn.

Voor kippen, varkens, koeien en konijnen stelt het Beter Leven Kenmerk (BLK) strengere eisen voor dierenwelzijn dan de wet voorschrijft. Binnen BLK wordt er met sterren gewerkt, maximaal 3. Hoe meer sterren, des te strenger de eisen voor dierenwelzijn. Deze eisen gaan onder meer over huisvesting en transport. Om in aanmerking te komen voor één ster moet de transportduur bijvoorbeeld korter zijn dan wettelijk is toegestaan. Om drie sterren te krijgen moeten dieren altijd de mogelijkheid hebben om naar buiten te kunnen.

Questionmark beoordeelt het dierenwelzijn van dieren volgens een methode waarin alle dierhouderijsystemen met elkaar worden vergeleken. Alle delen van de keten waar het dierenwelzijn in het geding kan zijn, komen aan bod. Ze zijn ingedeeld in zes thema's: lichamelijke impact, huisvesting, voeding, transport (naar slachthuis), slacht en leefomstandigheden van het moederdier. Wanneer soort-specifieke problemen een rol spelen in het dierenwelzijn, zoals bloedarmoede bij kalveren, dan nemen we dit als extra thema op in ons onderzoek.

Als je meer wilt lezen over onze methode, kijk dan op onze website.

Milieu

Kippen leggen zo veel eieren in hun leven, dat de milieu-impact van 1 ei relatief erg laag is.

De milieugevolgen van een legkipleven worden verdeeld over de honderden eieren die ze in die tijd legt. Voor 1 kilo eieren wordt ongeveer een kwart minder CO2 uitgestoten dan voor 1 kilo vleeskip. Ook levert dezelfde hoeveelheid eieren veel minder mest en ammoniakuitstoot op dan 1 kilo varkens- of rundvlees.

De meeste milieuschade bij reguliere eieren ontstaat door de teelt van het kippenvoer. Voor een belangrijk deel is dit soja van Zuid-Amerikaanse plantages waarvoor tropisch regenwoud is gekapt. Bij eieren van kippen die maïs, granen of gecertificeerde soja als voer krijgen, zoals bijvoorbeeld bij sommige keurmerken het geval is - zijn de gevolgen voor het milieu kleiner. Ook de hoeveelheid voer die een kip eet, speelt een (kleine) rol.

Mensenrechten

Questionmark onderzoekt de mensenrechtensituatie bij de productie van veevoer en de pluimveehouderijen.

Hierbij wordt onder andere gekeken naar onteigenen van land en de behandeling van werknemers (met betrekking tot leefbaar loon, vakbondsvrijheid, lange werkdagen).

De arbeidsomstandigheden op de Nederlandse pluimveebedrijven zijn over het algemeen in orde, zeker vergeleken met andere delen van de wereld. Ook de productie van veevoer in Nederland kent weinig mensenrechtenproblemen. Kippen eten voornamelijk mais, graan, en wat soja en palmpitten. Mais en graan worden machinaal geteeld, een arbeids-extensief proces waardoor het risico op misstanden relatief klein is. Bij eieren zit het voornaamste risico dan ook in de productie van soja en palmpitten voor voer. Soja komt veelal uit Noord- en Zuid-Amerika. De sector groeit snel, waardoor soja bedrijven in Zuid-Amerika kleine boeren van hun land verdrijven en waardoor steeds meer regenwoud wordt gekapt. In tegenstelling tot de melkveehouderij is de sector ook nog niet overgestapt naar enkel soja met het keurmerk van de Rondetafel voor Duurzame Soja. Aan palmpitten, net als soja een substantieel deel van het voer, kleven ook veel risico’s. De plantages in Indonesië en Maleisië zijn ten kosten van het regenwoud opgericht. Gedwongen arbeid en kinderarbeid, evenals uitbuiting van gastarbeiders, komen helaas nog veelvuldig voor.