Melkkoe (Biologische landbouw)

Zo'n 60% van het Nederlandse rundvlees komt van melkkoeien die uitgemolken zijn.

In Nederland leven ongeveer 180.000 vleesrunderen en 1,5 miljoen melkkoeien.

Rund kan afkomstig zijn van vleeskoeien en melkkoeien. Vleeskoe-vlees wordt gebruikt voor 'snijvlees'. Denk hierbij aan biefstuk, bieflappen en andere stukken gesneden rundvlees. Daarnaast zijn er de melkkoeien, die over het algemeen 'vermalen' vlees zoals vlees voor rundergehakt, sudderlappen en hamburgers leveren.

Zo'n 60% van het Nederlandse rundvlees komt van melkkoeien die 'uitgemolken' zijn. Melkkoeien worden gefokt op melkproductie en eten speciaal raaigras, maïs en krachtvoer. In 1900 bedroeg de productie van een koe jaarlijks 2.500 liter melk. Nu is dat gemiddeld 8.000 liter, met uitschieters naar 12.000 liter melk per jaar. Door de hoge productiedruk zijn melkkoeien al op 5-jarige leeftijd rijp voor de slacht. Een melkkoe levert gemiddeld 300 kilo vlees op.

Dierenwelzijn

Het Biologische keurmerk stelt strenge eisen op het gebied van dierenwelzijn.

Voordat een dierhouderij de naam ‘biologisch’ mag dragen, moet er aan strenge eisen op het gebied van dierenwelzijn worden voldaan.

Een belangrijk criterium is dat de dieren zich op een zo natuurlijk mogelijke manier kunnen gedragen. Aan dat criterium worden ook eisen gekoppeld. Bijvoorbeeld dat de dieren altijd naar buiten kunnen, tenzij dit niet kan door weers-, bodem- of gezondheidsomstandigheden. Andere eisen zijn dat dieren in hun binnenverblijf daglicht hebben en stro. Ze moeten veel meer leefoppervlakte tot hun beschikking hebben dan wettelijk is voorgeschreven.

Questionmark beoordeelt het dierenwelzijn van dieren volgens een methode waarin alle dierhouderijsystemen met elkaar worden vergeleken. Alle delen van de keten waar het dierenwelzijn in het geding kan zijn, komen aan bod. Ze zijn ingedeeld in zes thema's: lichamelijke impact, huisvesting, voeding, transport (naar slachthuis), slacht en leefomstandigheden van het moederdier. Wanneer soort-specifieke problemen een rol spelen in het dierenwelzijn, zoals bloedarmoede bij kalveren, dan nemen we dit als extra thema op in ons onderzoek.

Als je meer wilt lezen over onze methode, kijk dan op onze website.

Milieu

Rundvlees afkomstig van biologische melkkoeien heeft vergeleken met regulier rundvlees een lagere milieu-impact.

Net als alle graseters stoten een biologische runderen broeikasgassen als CO2 en methaan uit. Wel wordt bij een melkkoe de impact op het milieu voornamelijk verdeeld over het aantal liters melk dat zij produceert – dagelijks zo’n 20 liter. Dit betekent dat het rundvlees van de melkkoe veel minder schadelijk is voor het milieu, dan het rundvlees van runderen die speciaal voor hun vlees worden gehouden.

Runderen uit de biologische veehouderij krijgen biologische voeding, waarbij geen gebruik gemaakt wordt van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Daarnaast krijgen zij krachtvoer met biologische geteelde soja. Hoewel bij het verbouwen van biologische soja niet expliciet rekening gehouden wordt met ontbossing van waardevolle natuur, is deze soja grotendeels wel afkomstig uit landen waar geen ontbossing plaatsvindt. Reguliere soja is doorgaans afkomstig uit Zuid-Amerika, waar voor de teelt van niet gecertificeerde soja op grote schaal tropisch regenwoud wordt gekapt..

Vleesrunderen zijn verantwoordelijk voor een grote hoeveelheid broeikasgassen, zowel CO2 als methaan. Melkkoeien stoten per kilo vlees veel minder broeikasgas uit. Zij produceren vooral melk en de totale uitstoot wordt dus verdeeld over al die liters melk, plus het vlees aan het eind van hun leven. Dit is veel minder belastend voor het milieu dan vlees van speciale vleesrunderen.

Zuid-Amerikaanse vleesrunderen scoren van al het rundvlees het slechtst. Zij gebruiken namelijk veel grond door de weiden waarin ze lopen. Maar ook indirect legt de productie van rundvlees een groot beslag op (landbouw)grond, voor de productie van hun voedsel. Voor elke kilo vlees die een rund oplevert, eet het dier 9 kilo voer, meer dan alle andere diersoorten. Een deel van dat krachtvoer bestaat uit soja van Zuid-Amerikaanse plantages, waarvoor tropische regenwouden zijn gekapt.

Mensenrechten

Questionmark onderzoekt de mensenrechtensituatie bij de veevoerproductie, veehouderijen, slachterijen en de vleesverwerking.

Hierbij wordt onder andere gekeken naar onteigenen van land, de behandeling van werknemers (met betrekking tot leefbaar inkomen, vakbondsvrijheid, lange werkdagen) en het risico op kinderarbeid. Bij de productie van vlees afkomstig uit West-Europa, is het voornaamste risico een slechte behandeling van werknemers in de slacht en vleesverwerking. Ook al is de Nederlandse wetgeving meestal in orde, de tijdelijke contracten en het optreden van sommige uitzendbureaus in de branche maken de positie van (veelal buitenlandse) werknemers kwetsbaar. Ze vrezen soms zelfs voor hun baan en inkomsten als ze opkomen voor hun belangen. Er is inmiddels een keurmerk genaamd ‘Stichting Normering Arbeid’ voor uitzendbureau’s die aantoonbaar volgens de regels werken, maar er staat niet op de verpakking of producenten hiermee werken.

Bij vlees uit Zuid-Amerika is vaker sprake van ernstige mensenrechtenschendingen in dan vlees bij uit West-Europa. Geweld richting de inheemse bevolking en kleine boeren, om uitbreiding van grond voor veeteelt te realiseren, is aan de orde van de dag. Kinder- en gedwongen arbeid komt hier nog voor.

Tot slot kleven aan het veevoer ook soms negatieve sociale aspecten. Vooral als deze rietsuiker, soja en palm olie bevatten. Deze ingrediënten komen vaak uit landen waar land is onteigend of waar werknemers slecht worden behandeld.