Varken

Varkensvlees is het meest gegeten stukje vlees: de helft van het vlees dat we in Nederland eten komt van een varken.

Nederland is een van de meest veedichte landen ter wereld. Zo worden er jaarlijks bijna 30 miljoen biggen geboren. We eten bijna 7 miljoen van de vleesvarkens zelf op, ruim 11 miljoen vleesvarkens en biggen gaan levend de grens over en de rest wordt geëxporteerd als vlees.

Dierenwelzijn

Let goed op de leefomstandigheden van de dieren bij het kopen van dierlijke producten.

Questionmark beoordeelt het dierenwelzijn van dieren volgens een methode waarin alle dierhouderijsystemen met elkaar worden vergeleken. Alle delen van de keten waar het dierenwelzijn in het geding kan zijn, komen aan bod. Ze zijn ingedeeld in zes thema's: lichamelijke impact, huisvesting, voeding, transport (naar slachthuis), slacht en leefomstandigheden van het moederdier. Wanneer soort-specifieke problemen een rol spelen in het dierenwelzijn, zoals bloedarmoede bij kalveren, dan nemen we dit als extra thema op in ons onderzoek.

Als je meer wilt lezen over onze methode, kijk dan op onze website.

Milieu

Varkens zijn grote ammoniakproducenten; hun mest draagt flink bij aan de verzuring van bodem en water in Nederland.

Varkens eten - per kilo vlees die ze produceren - minder soja dan kippen. Soja is vaak afkomstig van Zuid-Amerikaanse plantages waarvoor tropische regenwouden zijn gekapt.

Het milieueffect van varkensvlees is desondanks vergelijkbaar met dat van kippen, omdat varkens meer voer nodig hebben om te groeien. In Nederland levert ammoniak uit veehouderijen de grootste bijdrage aan de neerslag van stikstof. En dat leidt tot vermesting en verzuring van de bodem, waardoor planten en dieren (lokaal) uitsterven.

Mensenrechten

Questionmark onderzoekt de mensenrechtensituatie bij de veevoerproductie, veehouderijen, slachterijen en de vleesverwerking.

Hierbij wordt onder andere gekeken naar onteigenen van land, de behandeling van werknemers (met betrekking tot leefbaar inkomen, vakbondsvrijheid, lange werkdagen) en het risico op kinderarbeid. Bij de productie van vlees afkomstig uit West-Europa, is het voornaamste risico een slechte behandeling van werknemers in de slacht en vleesverwerking. Ook al is de Nederlandse wetgeving meestal in orde, de tijdelijke contracten en het optreden van sommige uitzendbureaus in de branche maken de positie van (veelal buitenlandse) werknemers kwetsbaar. Ze vrezen soms zelfs voor hun baan en inkomsten als ze opkomen voor hun belangen. Er is inmiddels een keurmerk genaamd ‘Stichting Normering Arbeid’ voor uitzendbureau’s die aantoonbaar volgens de regels werken, maar er staat niet op de verpakking of producenten hiermee werken.

Bij vlees uit Zuid-Amerika is vaker sprake van ernstige mensenrechtenschendingen in dan vlees bij uit West-Europa. Geweld richting de inheemse bevolking en kleine boeren, om uitbreiding van grond voor veeteelt te realiseren, is aan de orde van de dag. Kinder- en gedwongen arbeid komt hier nog voor.

Tot slot kleven aan het veevoer ook soms negatieve sociale aspecten. Vooral als deze rietsuiker, soja en palm olie bevatten. Deze ingrediënten komen vaak uit landen waar land is onteigend of waar werknemers slecht worden behandeld.