Palmolie

Palmolie is verwerkt in talloze dagelijkse producten, van chocolade en pindakaas tot shampoo en lipstick.

De palmolie in onze levensmiddelen komt grotendeels uit Maleisië en Indonesië. Palmolie is een goedkope grondstof en daardoor populair bij producenten van voedingsmiddelen en cosmetica. Palmolie zit in talloze producten die we elke dag gebruiken. Op veel etiketten kun je echter niet zien om welke 'plantaardige olie' het gaat.

De olie wordt geperst uit de vruchten van de oliepalm. Een oliepalm van 3 à 4 jaar levert maandelijks rijpe trossen vruchten van wel 25 kilo per stuk. Palmolievruchten leveren per hectare meer olie dan andere gewassen. De palmpit wordt geplet en geperst, wat palmpitolie en -meel oplevert. Het meel dient als veevoer, de olie gaat in producten als bakvet en zeeppoeder.

Palmolie wordt ook gebruikt als biobrandstof; in de EU moeten oliemaatschappijen vanaf 2020 hun benzine en diesel bijmengen met 10% biobrandstof.

Milieu

Ieder uur verdwijnt in Indonesië een stuk tropisch regenwoud van 300 voetbalvelden groot.

Ongeveer 70% van de palmolieplantages in Indonesië ligt op grond waarvoor tropisch regenwoud is gekapt. Elk uur verdwijnt hier een stuk bos zo groot als 300 voetbalvelden. Een groot deel wordt gekapt voor de aanleg van palmolieplantages. Vooral in gebieden met veenbossen zorgt dit voor een enorme CO2-uitstoot, omdat in de veenlagen bijzonder veel CO2 ligt opgeslagen. Indonesië staat dankzij de verwoesting van zijn tropische wouden op de derde plaats van CO2-uitstotende landen.

Door de kap van tropisch regenwoud zien bedreigde diersoorten als de orang-oetan, de Sumatraanse tijger en de olifant hun leefgebieden verdwijnen. Vaak worden stukken regenwoud in brand gestoken en dat veroorzaakt in Zuidoost-Azië een gigantische smog. Bovendien veroorzaakt de palmolieproductie ernstige watervervuiling, door het gebruik van veel bestrijdingsmiddelen. In Maleisië is de aanleg van palmolieplantages eveneens een belangrijke aanjager van de ontbossing en ook in Afrika rukt de palmolie-industrie op.

Mensenrechten

Palmoliebedrijven nemen vaak land in beslag van inheemse volken en kleine boeren, zonder hun toestemming.

Kleine boeren en inheemse bosbewoners worden vaak van hun land verdreven door grote palmoliebedrijven. Conflicten over landrechten zijn een groot probleem in deze sector. De rechten van inheemse volken zijn, zowel in Indonesië als Maleisië vaak nauwelijks vastgelegd. Ook kleine boeren raken hun landbouwgrond kwijt en dus hun voedselvoorziening.

Naar schatting werken ongeveer 3,7 millioen mensen in deze industrie, waaronder kinderen. Mensen werken onder gevaarlijke en afhankelijke omstandigheden. Plantagearbeiders worden soms blootgesteld aan chemicaliën: ze leren er niet goed mee om te gaan en dragen geen beschermende kleding. Ze krijgen minder dan het minimumloon en worden betaald voor de productie die ze leveren. Om aan die hoge eisen te voldoen, werken soms ook vrouwen en kinderen onbetaald mee. Het is moeilijk voor vakbonden om toegang te krijgen tot de plantages en palmoliebedrijven drukken arbeidsconflicten met harde hand de kop in.