Cacaomassa

Deze cacao is waarschijnlijk verbouwd op een klein boerenbedrijfje in Ivoorkust of Ghana.

Amsterdam is de grootste cacaohaven ter wereld. Hier komen de cacaobonen binnen die kleine boeren op hun plantages hebben geteeld. De meeste bonen die we in Nederland eten komen uit West-Afrika. Zij telen de bonen, wij verwerken ze en eten ze op; Europa en Noord-Amerika tellen de meeste cacaoconsumenten.

Cacaobonen komen uit de vruchten van een cacaoboom. Elke boom levert 30 à 40 vruchten per jaar. Cacaobomen kunnen alleen groeien in tropische gebieden rond de evenaar. De boeren halen de bonen uit de vrucht, drogen ze en dan worden ze verscheept naar Nederland. Hier is een grote cacao-industrie die de bonen roostert of brandt, maalt en verwerkt tot drie producten: cacaomassa, cacaopoeder en cacaoboter.

Milieu

Cacao wordt vaak geteelt op land waar voorheen vaak regenwoud was.

In tropische gebieden vindt transformatie van waardevolle natuurlijk naar landbouwgebieden op zeer grote schaal plaats. Het kappen van tropisch regenwoud gaat ten koste van de natuur en van het leefgebied van bedreigde diersoorten. Ontbossing is tevens een belangrijke bron van CO2-uitstoot, en daarmee verantwoordelijk voor opwarming van het klimaat.

Boskap is de belangrijkste milieu-impact van de reguliere cacaoteelt. Kleine boeren hebben eenvoudig niet het geld om dure kunstmest en bestrijdingsmiddelen te kopen. Schadelijke stoffen zijn dan ook veel minder een milieuprobleem bij de cacaoteelt.

Mensenrechten

In de cacaoteelt is slaven- en kinderarbeid een groot probleem.

De prijs die kleine boeren krijgen voor hun cacaobonen is veel te laag. Ze kunnen niet investeren in hun kwaliteit van hun gewassen, waardoor de oogsten dalen en ze een onzekere toekomst tegemoet gaan. Veel boeren leven ver onder de armoedegrens. Soms huren ze buitenlandse seizoenarbeiders in die nog armer zijn: zij verdienen het minst van iedereen.

De lage inkomens treffen niet alleen de boeren, maar ook hun families. Vrouwen, kinderen, neven en nichten: iedereen moet bijspringen in de cacaoteelt. Extreem lange werkdagen zijn eerder regel dan uitzondering. Kinderarbeid betekent dat kinderen nauwelijks naar school gaan; ook hun toekomst ziet er dus niet rooskleurig uit. Kinderen worden ook verkocht vanuit buurlanden, moeten gaan werken bij vreemden en zien hun familie soms nooit meer terug. Dan is er sprake van slavenarbeid. Ook werken ze met gevaarlijke machetes.