Pinda's (Biologische landbouw)

Pinda's groeien ondergronds aan een pindaplant en zijn heel vochtig als ze worden geoogst.

Pinda's zijn geen noten, maar peulvruchten, ondanks bijnamen als apennootje of aardnoot. Ze groeien ondergronds. Boven de grond zie je alleen de bloemen en blaadjes van de pindaplant, net als bij aardappelplanten. Als de pinda's worden uitgegraven, zijn ze heel vochtig en moeten ze een dag of twee drogen.

De meeste pinda's die wij eten zijn in Argentinië verbouwd. Na het drogen worden ze opgeslagen en gesorteerd op grootte en gewicht. Een deel van de pinda's gaat naar de voedselindustrie die ze onder meer verwerkt in pindakaas, chocoladerepen en koekjes. Die pinda's worden meestal gepeld, ontdaan van hun vliesje en gebrand. Andere pinda's pellen we thuis of we eten ze gepeld, met of zonder vliesje.

Milieu

Bij de productie van biologische pinda's worden minder schadelijke meststoffen en pesticiden gebruikt.

Het label 'EKO' of 'Biologische landbouw' betekent dat er duidelijke milieueisen gesteld zijn aan de boeren die deze pinda's produceren.

Met name op het gebied van meststoffen en bestijdingsmiddelen worden duidelijke eisen gesteld. Het doel hiervan is om de toepassing van mogelijk schadelijke en niet-natuurlijke stoffen te beperken. Er wordt meer rekening gehouden met de behoeftes van de pinda plant, waarbij het gebruik van meststoffen en bestijdingsmiddelen op deze behoeftes wordt aangepast.

Biologisch stelt nog geen eisen op het gebied van land-transformatie van natuurlijke gebieden (zoals bossen) naar landbouwgronden.

Biologisch stelt nog geen eisen op het gebied van land-transformatie van natuurlijke gebieden (zoals bossen) naar landbouwgronden, wat momenteel het grootste milieu-probleem in de cacaosector is.

Pindaplanten leveren niet veel op per hectare. Voor een pindaboer is het dus zaak zo veel mogelijk land te bebouwen met pindaplanten. In Argentinië worden voor de aanleg van pindaplantages unieke bosgebieden gekapt. Daarbij komt alle CO2 vrij die in deze oude bossen is opgeslagen; bovendien kunnen de bomen geen CO2 meer opnemen. De kap van regenwouden gaat ten koste van de planten, dieren en mensen die hier leven.

De landbouwgrond die voor de bossen in de plaats komt, wordt bewerkt met kunstmest. Ook die draagt bij aan klimaatverandering: bij de productie, het transport en het gebruik komen broeikasgassen (CO2 en lachgas) vrij. Kunstmest tast de vruchtbaarheid van de bodem aan en kan het grondwater vervuilen.

Pindaplantages in Argentinië zijn overwegend groot, net als in de VS. Bovendien zetten boeren machines in voor de lastige pindaoogst. Diesel als brandstof voor landbouwwerktuigen is daarom ook een negatieve milieufactor in de pindaproductie. Positief is dat de schil van pinda's wordt gebruikt als veevoer en niet als afval achterblijft.