Supermarkten en overheden pakken hun rol in biologisch. Wanneer volgen de A-merken?

9 oktober 2026, Charlotte Linnebank

De noodzaak voor transparante en meetbare verduurzaming in de productie van ons voedsel is enorm. Biologisch is daarin het enige wettelijk vastgelegde, grensoverschrijdende en goed te verwaarden keurmerk. Niet voor niets stellen overheden, nationaal en Europees, ambitieuze groeidoelen. Maar die groei organiseren is complex en vraagt dat iedereen meedoet. Dat grote A-merken hierin nog nauwelijks een rol spelen, is een gemiste kans. Ik wil deze sector graag overtuigen en helpen om een bijdrage te leveren. 

De rol van A-merken in verduurzaming van voedselproductie en -consumptie

Wanneer we spreken over de markt voor voedsel, kunnen we niet om A-merken heen; ze vertegenwoordigen ongeveer 50% van de totale supermarktomzet en nemen 80% tot 90% van alle voedselmarketing voor hun rekening. Daarmee bepalen A-merken voor een groot deel wat de consument ziet, koopt en lekker vindt.

Hoewel supermarkten en gespecialiseerde biologische merken de biologische markt tot nu toe hebben opgebouwd, is het bereik hiervan nog beperkt. Om de mainstream consument te bereiken die gehecht is aan vertrouwde smaakprofielen en merknamen (zoals Coca-Cola, Campina, Calvé, Lay's of Heineken), is de stap naar die vertrouwde A-merken noodzakelijk. Kortom: als we de markt voor duurzame, en dus biologische, landbouw willen laten groeien, zijn A-merken een onmisbare schakel.

De opgave: waarom biologisch moet groeien

Die groei van biologisch is hard nodig. De landbouw in Nederland en Europa staat voor immense uitdagingen: van stikstofuitstoot en biodiversiteitsverlies tot bodemverarming, verdroging of vernatting. Deze uitdagingen vragen om meerdere oplossingsrichtingen, en de groei van biologische landbouw is daar een belangrijk onderdeel van.

Al zes jaar geleden benoemde de Europese Commissie het vergroten van biologische landbouw als een van de belangrijkste oplossingsrichtingen. Zowel voor Europa als voor Nederland en diverse andere landen liggen er concrete groeidoelen vanuit de overheid. Het sterke aan deze doelen is dat ze kabinetswisselingen overstijgen. Het doel is om biologisch te laten groeien van de huidige 5% in Nederland (en 10-12% in koploperlanden als Duitsland en Denemarken) naar 15% in Nederland en 25% in Europa per 2030.

Supermarkten tonen inmiddels verantwoordelijkheid: zij hebben publieke omzetdoelen gecommuniceerd en behalen deze ook. Dat is terecht, want het grootste deel van onze voedselomzet gaat via het supermarktschap.

De grote uitdaging voor de verdere groei van biologisch is de balans tussen vraag en aanbod. Veel boeren willen omschakelen, zeker met het huidige stikstofbeleid, maar zij kunnen dat niet zonder garantie op afzet. Om deze cirkel te doorbreken moeten vraag en aanbod gelijk groeien. Alle marktpartijen hebben hierin een rol: supermarkten, foodservice, de overheid als inkoper én dus ook A-merkfabrikanten.

Biologisch en andere verduurzamingsroutes versterken elkaar

Veel A-merken werken aan verduurzaming van landbouw via eigen programma’s. A-merken hoeven niet volledig over te stappen op biologisch en hoeven ook niet te stoppen met hun andere verduurzamingsinitiatieven. Verschillende vormen van verduurzaming kunnen prima naast elkaar bestaan, sterker nog, ze vullen elkaar aan.

Dat het aandeel biologisch in het grotere geheel groeit, is wel belangrijk. De overige verduurzamingsprogramma's missen immers wettelijke borging en vaak ook meetbaarheid en onafhankelijke controle, die een biologische certificering wél biedt. Bovendien is biologisch geen los programma van een bedrijf of een land, maar een Europees, geharmoniseerd en wettelijk beschermd systeem, dat de hele keten in één keer transparant en op meerdere onderwerpen integraal verduurzaamt.

Grote A-merkfabrikanten beschikken over de schaal, inkoopkracht en R&D-capaciteit om complexe internationale ketens te veranderen. Terwijl gespecialiseerde bio-pioniers en supermarkten hun (internationale) ketens als biologisch inrichten, kunnen de machtige FMCG-giganten dat met hun R&D-budgetten voor nog grotere ketens organiseren.

Hoe A-merken hun rol kunnen en moeten pakken

Er zijn voldoende strategische argumenten waarom grote A-merken hierin een actieve rol kunnen én moeten spelen.

Schaalvoordeel en ketenkracht: Grote FMCG-bedrijven (zoals Danone, Nestlé of Unilever) hebben de inkoopkracht en logistieke infrastructuur om de landbouwtransitie op grote schaal te financieren. Wanneer een groot A-merk besluit om een van zijn bestverkochte ingrediënten (zoals melk, tarwe, gerst of suiker) volledig biologisch in te kopen, creëert dat in één klap langdurige afzetgarantie voor duizenden boeren die willen omschakelen.

Marketingkracht en psychologische drempelverlaging: A-merken zijn meesters in merkidentiteit, smaakbeleving en emotionele binding. Waar biologische huismerken zich richten op functionele argumenten (duurzaam, gezond, geen bestrijdingsmiddelen), kunnen A-merken biologisch aantrekkelijk, hip en lekker maken voor de consument die niet primair uit idealisme koopt.

Innovatie- en R&D-budgetten: A-merken beschikken over grote R&D-laboratoria. Zij kunnen biologische ingrediënten zo verwerken dat de houdbaarheid, smaak en textuur exact aansluiten bij de wensen van de mainstream consument. Dit lost technische hobbels op waar kleinere biologische producenten soms tegenaan lopen.

Alomtegenwoordigheid: A-merken liggen overal, in elke supermarktketen, maar ook bij tankstations, treinstations, vliegvelden en in de horeca. Als A-merken biologisch opnemen, groeit ook het aanbod buiten het traditionele supermarktschap mee.

A-merken hebben een verantwoordelijkheid

Voor A-merken zijn er daarnaast ook maatschappelijke redenen waarom zij een actievere rol in de groei van biologisch zouden moeten nemen.

Verantwoordelijkheid in de keten (ESG & wetgeving): A-merken staan onder druk van investeerders, Europese wetgeving (zoals de CSRD-duurzaamheidsrapportage) en de maatschappij om hun scope 3-emissies en negatieve impact op biodiversiteit te verlagen. Het opnemen van biologisch in hun portfolio is een meetbare manier om aan deze doelstellingen te voldoen.

Het vermijden van de 'biologische niche-val': Als biologisch enkel iets van supermarkt-huismerken of speciaalzaken blijft, loopt de biologisch het risico een prijsvechter of juist een elitair product te worden. De aanwezigheid van A-merken geeft biologisch de status van de 'nieuwe standaard' in plaats van een alternatieve keuze.

Kansen voor A-merken in de praktijk

Er liggen volop kansen voor A-merken om met biologisch aan de slag te gaan. Bijvoorbeeld door een bestaande klassieker om te zetten naar biologisch. Wie biologisch snel een plek in het assortiment wil geven, kan ook een succesvolle biologische pionier overnemen en die met eigen schaal laten groeien. Een derde mogelijkheid is een biologische variant naast het origineel zetten. Heinz doet dat bijvoorbeeld met zijn biologische ketchup: een laagdrempelig opstapje om het grote publiek aan bio te laten wennen, zonder de klassieker los te laten.

Independent by design

Our research runs on independent funding: donations from philanthropic funds, civil society partners, and people like you who believe the food system can change. Your support keeps us asking the right questions.

Partner with us

We collaborate with mission-driven organisations and sector partners who want to accelerate change in the food system. Interested in joining forces? We'd love to hear from you.